Haar bestaat uit verhoornde opgestapelde cellen van de huid, die net zoals parels, aan een ketting gerijgd zijn. Ze behoren, samen met de nagels, tot de huidaanhangsels. De haarwortel strekt zich uit tot in de lederhuid en soms zelfs tot in de dieper gelegen onderhuid.
De uit glad spierweefsel bestaande spier spant zich aan en trekt vanuit de lederhuid aan de haarfolikel, zodat de haarschacht zich op kan richten. Hierdoor trekken de kleine spiertjes samen en ontstaat het zogenaamde 'kippevel.'
De haarwortel is in feite het deel van het haar vanaf de huidoppervlakte tot in het diepste punt van het haarzakje (bulbus).
Het haarzakje omvat de uit bindweefsel opgebouwde fijne bloedvaten en uit zenuwvezels opgebouwde haarpapillen, die een belangrijke functie hebben bij de voeding van het haar. De direct aan de papil grenzende haarmatrix (= moedercellen) vormt eigenlijk de ontwikkingszone van de haarschacht.
Het haar bestaat eigenlijk uit haarschubben die dakpansgewijs over elkaar heen liggen. Door meerdere oorzaken kunnen de schubben open gaan staan of zelfs beschadigd raken. Als de haarschacht beschadigd is wordt het haar poreuzer, droger en moeilijker doorkambaar. Het haar verliest haar glans en neigt tot splijten en in extreme gevallen breekt het haar af.
Elk haar bestaat uit twee delen: de haarfolikel en de haarschacht. De haar folikel is het gedeelte waaruit het haar groeit (en wat niet te zien is). De haarfolikel leeft en bestaat uit kleine bloedvaatjes.
De binnenste wortelgrens wordt van de buitenste wortelschede omsloten; deze bestaat uit bindweefselvezels (onder andere colageen) en gaat voortdurend in de omringende lederhuid over. Zo wordt een vaste verankering van de haarwortel in de huid gewaarborgd.
De cortex geeft je haar zijn vorm, kleur en volume. Men kan de cortex modificeren door kleuren, blonderen, permanenten en straightening.
Naast de psychologische functies heeft haar tegenwoordig ook een esthetische- en modieuze functie. Haar en kapsels drukken hun stempel in verschillende culturen op de maatschappelijk status van mensen.
Zelfs tegenwoordig drukt het kapsel nog een stempel op bepaalde sociale doelgroepen of beroepsklasse. Over het algemeen behoort de haarverzorging tot de belangrijkste cosmetische middelen, die de uiterlijke verschijning van een persoon bepaalt.
Het haar ontstaat voor de geboorte. De ontwikkeling van het haar vangt al aan in de zesde week van de zwangerschap. Op dit tijdstip worden de circa 5 miljoen haarfolikelen aangelegd. Na de geboorte worden er geen nieuwe haarfolikelen meer aan toegevoegd. Alhoewel wij mensen net zoveel haarfolikelen bezitten als chimpansees, hebben we niet zoveel haar! Dit komt omdat niet uit elke haarfolikel een haar groeit.
Een haarfolikel kan allerdings in de loop van de jaren meerdere haartypen ontwikkelen. Zo vangen de haarfolikelen in het gezicht van een man pas in de puberteit aan baardhaar te ontwikkelen. Hetzelfde geldt voor de schaambeharing.
Verschillende haarfuncties
Ze beschermt het lichaam voor uitwendige
belasting en voor bijvoorbeeld de kou en de zon.
Wimpers verhinderen dat zweet in onze ogen dringt.
Haartjes in onze neus zorgen ervoor dat er geen stof en kleine insecten kunnen indringen.
Wimpers werken met ons ooglid samen en waarschuwen ons wanneer er een object in de buurt van onze ogen opdruikt. Wimpers beschermen onze ogen voor zon en wind.
Oksel haar helt frictie te voorkomen bij huid-huid contact (onder de armen).
Maar de belangrijkste functie van ons (hoofd)haar is communicatie!
Haargroei
De levensduur van een haar kan erg verschillend zijn. De kortste levensduur komt vaker bij mannen voor, omdat deze vaak van nature uit eerder haaruitval... meer
Het normale verloop van een haarcyclus noemt men een zogenaamde haarwisseling. Daartegenover staat een ziekelijke oorzaak als het aantal uitvallend haar verhoogd is (meer als 100 haren per dag). Deze ziekte noemd men haaruitval (effluvium). Als hieruit een zichtbare kaalheid voortvloeit kan men deze als alopecia of alopecia areata (pleksgewijze haaruitval, zie foto rechts) benoemen...meer
De haargroei is genetisch en hormonaal bepaald. Het hoofdhaar groeit normaal gezien veel sneller als de overige lichaamsbeharing. Dat komt omdat de haarzakjes (bulbussen) op het hoofd bijzonder actief zijn. De ontwikkeling van de haargroei is afhankelijk van genetische- en hormonale factoren.
Het haar groeit gedurende de groeifase ongeveer 1 mm. in drie dagen. Dat is jaarlijks gezien ongeveer 12-15 cm. Mannen, die zich nooit laten knippen, kunnen een haarlengte van 40-50 cm. bereiken. Vrouwen kunnen zelfs een lengte tot 70-80 cm. bereiken.
Haarlengten van meer dan één meter zijn zeldzaam, daar de levensduur van een haar ervoor zorgt dat het haar vroegtijdig uitvalt. Het nieuwe haar vangt weer bij nul aan. Na een rustpauze produceert de wortel een nieuw haar, dit maximaal twaalf keer tijdens het leven. <<< klik hier voor meer info over harige records >>>
Gemiddeld hebben we ongeveer 100.000 haren op ons hoofd. Blonde mensen hebben het meeste haar op het hoofd. Interressant is ook, dat verschillende blonde mensen veel haar op het hoofd hebben. Daarnaast kan men het gemiddelde aantal haar per haarkleuren vaststellen:
Blondines = 140.000 - Brunettes = 100.000 - Roodharigen = 85.000
De drie fasen van de (hoofd)haargroeicyclus
De haargroei gebeurt niet continue, maar in elke haarfolikel wisselen zich de haarvormingsfasen, de groei-, overgangs- en rustfase, in een rhytmische volgorde af. Dit ritme wordt als de haarcyclus betiteld. Elke haarfolikel volgt een eigen haarcyclus.
Deze is tegenover de haarcycli van de nabijgelegen folikelen tijdelijk verplaatst: De haarproductie vindt dus a-synchroom plaats. Dit gedrag maakt het mogelijk dat de mens een gelijkmatig haarbestand heeft, het komt niet tot de 'rui', zoals in het dierenrijk!
De haargroei cyclus heeft drie verschillende fasen:
1. De groeifase of anagene fase
De cellen van de haarmatrix van een groeiend haar vertonen een hoge stofwisselings- en celdelingsactiviteit. De snelheid van de celdeling van de matrix is vijfmaal zo hoog als van een normale huidcel. De continue celaanvoer is voor de permanente nieuwvorming van de haarsubstantie, die keratine vereist. De doorsnee groeisnelheid van een anageen haar bedraagt 0,35 mm. per dag of ongeveer 1 cm. per maand.
Ongelofelijk, maar waar: Met circa 80.000 hoofdharen worden zo dagelijks 25-30 m. haar en per maand ongeveer 800 m. haar nieuw gevormd. Deze getallen tonen de intensieve stofwisselingsactiviteit van de haarmatrixcellen aan.
De duur van de anagene fase is erfelijk bepaald en bedraagt 2-6 jaar, eventueel 8 jaar en langer. Bij een groeisnelheid van circa 1 cm. per maand, respectievelijk circa 12 cm. per jaar, kan een enkele haarschacht een lengte van 25 cm. (2 jaar) tot 75 cm. (6 jaar) bereiken.
De voor een mens maximaal bereikbare haarlengte is in eerste instantie afhankelijk van de individuele, erfelijk voorgegeven groeifaseduur. Ook bij zorgvuldige verzorging kunnen ze nooit 'eindeloos' lang worden ...meer
Zoals alle zich sneldelende weefsels (bijvoorbeeld bloedaanmaak in het beenmerg) reageren de matrixcellen zeer gevoelig op alle soorten van stofwisselingsstoornissen. Bij een storing van de haarmatrix wordt de eiwitopbouw geremd en tot het dalen van celdelingssnelheid. Het kaliber van de haarschacht en de haargroeisnelheid nemen daardoor af. Geneest de matrix zich na een korte storing dan toont de haarschacht enkel weinig schade, maar duurt de storing langer dan neemt is de nieuwe opgebouwde haarsubstantie kwalitatief minderwaardig. Kort daarop volgt het afbreken van de haarschacht.
Wordt de haarmatrix in de anagene fase aan een kleine storing blootgesteld, dan treedt het haar vroegtijdig uit de groei- in de overgangsfase en wordt de haarcyclus verkort.
2. De overgangsfase of catagene fase
Nadat de groeifase is afgesloten komt het binnen een periode van 1-2 weken tot 'verbouwingsprocessen' in de haarwortel. De haarmatrix ontwikkelt zich terug, de buitenste wortelschede sluit zich om het onderste segment en vormt een haarkanaal.
Deze omsluit de beginnende kolfvormige opzwelling van de onderste haarschacht. Het haar wordt richting oppervlakte van de hoofhuid verschoven.
3. De rustfase of telogene fase
Aan het uiteinde van de haarschacht vormt zich een kolf uit volledig verhoornde cellen. Dit zogenaamde kolfhaar stijgt in het folikelkanaal op tot onder de talgkliermonding, waar het door een kapsel (bestaande uit gedeeltelijke verhoornde cellen) verankerd wordt.
In een tijdsbestek van 2-4 maanden verdunt dit aanvankelijke, vaste kapsel toenemend, zodat de inkapseling van de haarkolf in het folikelkanaal steeds losser wordt. Aansluitend wordt het telogene haar door lichte, mechanische invloeden zoals o.a. kammen haarwassen uit de hoofdhuid losgemaakt of door het nagroeiende haar van de volgende cyclus uit het folikelkanaal geduwd.Het nieuwe haar groeit uit dezelfde haarwortel. Hieruit kan tien tot twaalf maal een haar groeien.
Tijdens de rustfase is de haarschacht al volledig verhoornd, een stofwisseling vindt niet meer plaats. Vandaar de naam "rustfase."
Tijdens deze tijd kan het haar door invloeden van buitenaf, zoals bijvoorbeeld verzorging, toevoer van eiwit, vitaminen, spoorelementen of door opname van geneesmiddelen, niet meer beinvloed worden.
Het aantal van de normale uitvallende kolfharen bedraagt circa 60-80, maximaal 10 haren per dag. Door het haar te wassen kan dit aantal stijgen, in de dagen na een wasbeurt is dit getal beduidend lager.
Van de circa 80.000-100.000 hoofdharen bevinden zich 85 - 90% in de groeifase, 1 - 3% in de overgangsfase en in de rustfase gemiddeld 12 - 15%.
| Fasen |
Naam Fases |
Toestand |
Periode |
Percentage |
| 1e. fase |
Anagene fase |
Groeifase |
2 - 6 jaar |
tot 90% |
| 2e. fase |
Katagene fase |
Overgangsfase |
2 weken |
tot 3 % |
| 3e. fase |
Telogene fase |
Rustfase |
2 - 4 maanden |
tot 18% |
haartypen
Afhankelijk van leeftijd en plaats op het lichaam bestaan er drie opgebouwde haartypes:
Lanugohaar
Bij de ongeboren vrucht in de baarmoeder vindt men zacht, krullend en niet gepigmenteerd zogenoemd lanugohaar. In de zevende maand van de zwangerschap wordt dit haar afgestoten.
Vellushaar (wolhaar)
De plaats van het lanugohaar wordt na de geboorte ingenomen door vellushaar. Dit is te vergelijken met het onderhaar van het dier. Het is zacht en niet gepigmenteerd en ten hoogste 2 centimeter lang. Op hoofd, wenkbrauwen en oogleden groeit vanaf de geboorte meteen het uiteindelijke (terminaal)haar. Sommige vellusharen veranderen gedurende de puberteit en tot het twintigste jaar in terminaalharen. Op hoofd, wimpers en wenkbrauwen groeit vanaf de geboorte meteen het uiteindelijke terminaalhaar.
Terminaalhaar
Is dik, lang en bevat de meeste haarkenmerken. Afhankelijk van de individuele haarkleur is het ook gepigmenteerd. De hoofdhuidbeharing, de wimpers en wenkbrauwen bestaan al bij de geboorte uit terminaalhaar. Aan het lichaam wordt het vellushaar bij mannen in het begin van de puberteit tot ongeveer 90% stap voor stap door terminaalhaar vervangen, bij de vrouw daarentegen voor ongeveer 35%.
Haarkleur & glans
De haarglans hangt af van de schubbencelschacht af. Of de kleur van het haar krachtig of mat is hangt niet van de kleurpigmenten af, maar van de kleurloze schubbencellen van de haaroppervlakte. De kleurpigmenten zitten in de binnenste schacht van het haar, omvat door de vezelschacht. De daarop liggende kleurloze schuppencelschacht is dakpansgewijs opgebouwd. Staan de schubben van de schacht af, dan werkt de kleur van het haar mat en dof. Liggen de schubben tegen de schacht aan dan licht de kleur krachtig op.
De genen bestemmen de kleur. Welke kleur het haar heeft, of ze glad of krulvormig zijn, dik of dun en wanneer de eerste grijze haren komen, dat alles is genetisch bepaald.
Het melaninegehalte bepaalt de individuele haarkleur. De natuurlijke haarkleur van een mens wordt door het melaninegehalte van het haar bepaald. Melanine wordt in de malanocieten geproduceerd. Dit zijn cellen die zich onder andere in de haarfollikelen bevinden. De melanocieten zetten lichaamseigen aminozuren om in kleurpigmenten. Dit pigment heet melanine.
Twee verschillende typen van melanine worden gevormd. Door fijne kanaaltjes komt het melanine in de keratinecellen van het haar. Er zijn twee typen die voor de verschillende haarkleurvarianten verantwoordelijk zijn: Het eumaline is het zwart-bruine-pigment. Het beslist hoofdzakelijk over de kleurdiepgang.
In bruin en zwart haar komt het in duidelijk herkenbare korreltjes voor. Het faeomelanine is het rood-pigment. Het is verantwoordelijk voor lichtblond, blond en rood haar. Dit melanine is van structuur uit gezien veel fijner en kleiner.
Door de mengverhouding ontstaan verschillende haarkleuren. Uit de verschillende aandelen van de melaninetypen ontstaan de verschillende haarkleuren:
Blond haar bevat weinig eumelanine en veel faeomelanine
Donker haar bevat veel eumelanine en weinig faeomelanine
Rood haar heeft eveneens weinig eumelanine en zeer veel faeomelanine
Alle daar tussenliggende haarkleuren ontstaan uit verschillende mengverhoudingen van de twee melaninetypen.
"Harige bezoekers
Tegenwoordig is het heel normaal om besmet te zijn met hoofdluis. Hoofluizen kunnen nooit ziektes overdragen of verspreiden. Hoofdluis is geen indicatie van slechte hygiëne of lage sociale status. Hoofdluizen kunnen zowel op gewassen en op vet haar voorkomen.
Hoofdluizen ontwikkelen zich in drie stadia: Neet (eitjes, gelig-wit en 0,8 bij 0,3 mm.), nimf (onvolwassen hoofdluis) en adult (volwassene hoofdluis). Neten hebben ongeveer een... meer over hoofdluis